De Korpsbeheerder Politie Haaglanden vraagt een beslissing van de Hoge Raad of de audiogegevens van tapgesprekken moeten worden aangemerkt als onderdeel van een tijdelijk politieregister (onderdeel 1). Vervolgens stelt het middel aan de orde of evaluatie- en afhandelingscoderingen moeten worden aangemerkt als `persoonsgegevens', althans `persoonsgegevens betreffende belanghebbende', in de zin van de Wet politieregisters (onderdeel 2). Tot slot betreft het middel de vraag of de Korpsbeheerder zich ter zake van bepaalde gegevens heeft kunnen beroepen op de weigeringsgronden in art. 21 lid 1 Wet politieregisters (onderdeel 3).
De Korpsbeheerder Politie Haaglanden vraagt een beslissing van de Hoge Raad of de audiogegevens van tapgesprekken moeten worden aangemerkt als onderdeel van een tijdelijk politieregister (onderdeel 1). Vervolgens stelt het middel aan de orde of evaluatie- en afhandelingscoderingen moeten worden aangemerkt als `persoonsgegevens', althans `persoonsgegevens betreffende belanghebbende', in de zin van de Wet politieregisters (onderdeel 2). Tot slot betreft het middel de vraag of de Korpsbeheerder zich ter zake van bepaalde gegevens heeft kunnen beroepen op de weigeringsgronden in art. 21 lid 1 Wet politieregisters (onderdeel 3).